Wat zijn bedrijfshulpverleners?
Bedrijfshulpverleners (BHV’ers) zijn gewone werknemers. Als er in het bedrijf echter iets gebeurt - er breekt brand uit, iemand bezeert zich of er is misschien wel een bommelding - dan zijn het BHV'ers die actie ondernemen. Zij weten wat er moet gebeuren als er brand is, of wat zij moeten doen als iemand flauwvalt. Zij weten ook wat zij moeten doen als het gebouw ontruimd moet worden. In zo'n geval zorgen de bedrijfshulpverleners er samen voor dat de mensen zo rustig mogelijk, maar wel snel, het gebouw kunnen verlaten. Bedrijfshulpverleners zijn opgeleid om binnen het bedrijf een voorpostfunctie te vervullen totdat de professionele hulpverleningsdiensten, zoals politie, brandweer en ambulance zijn gearriveerd. Zij hebben als taak om in een situatie met gevaar voor de veiligheid of de gezondheid maatregelen te nemen die de schade zoveel mogelijk beperken.

Bedrijfshulpverleners hebben de volgende taken:
• verlenen van eerste hulp
• beperken en bestrijden van een beginnende brand
• ontruiming
• communicatie.
Om hun taken uit te kunnen voeren hebben zij basiskennis en vaardigheden nodig op het gebied van eerste hulp, het beperken en bestrijden van een beginnende brand, alarmering en ontruimingsacties.

Wat is er wettelijk vastgelegd over de doelen van de benodigde kennis en vaardigheden voor de bedrijfshulpverlener?
In het "Brandbeveiligingsconcept Bedrijfshulpverlening" is door het Ministerie van BZK vastgelegd welke kennis en vaardigheden een bedrijfshulpverlener minimaal moet beheersen.

Er worden vier taakgebieden onderscheiden:
1. eerste hulp
2. beperking en bestrijding van een beginnende brand
3. ontruiming
4. communicatie
Per taakgebied zijn doelstellingen beschreven. In elk bedrijf zijn bedrijfshulpverleners nodig om bovengenoemde taken uit te voeren.

Doelstellingen Brandbeveiligingsconcept Taakgebied: eerste hulp
Bedrijfshulpverleners
1. kunnen een gevaarlijke situatie als zodanig herkennen en kunnen de juiste maatregelen nemen ten behoeve van hun veiligheid en die van het slachtoffer (t)
2. kunnen het slachtoffer in noodsituaties verplaatsen (m2)
3. kunnen nagaan wat er met het slachtoffer is gebeurd (t)
4. kunnen het slachtoffer gerust stellen (t)
5. kunnen op de juiste wijze voor deskundige hulp zorgen (t)
6. zijn vaardig in het verlenen van eerste hulp bij:
- bewustzijnsstoornissen (t + m2)
- ademhalingsstoornissen (t + m2)
- bloedsomloopstoornissen (t + m2)
- uitwendige bloedingen (t + m2)
7. kunnen eerste hulp verlenen bij:
- shock (t)
- uitwendige wonden (t)
- brandwonden (t)
- botbreuken (t)
- oogletsel (t)
8. kennen hun afgebakende rol binnen het taakgebied “eerste hulp” (t

Taakgebied: beperking en bestrijding van een beginnende brand
Bedrijfshulpverleners
1. kunnen een beginnende brand beperken en bestrijden (t + m1)
2. kunnen veiligheidsvoorzieningen gebruiken (t + m1)
3. (her)kennen de belangrijkste functies van de brandpreventieve maatregelen en voorzieningen (t)
4. kunnen de branddriehoek toepassen (t)
5. kennen de ontwikkeling van een brand (t)
6. kennen hun afgebakende rol binnen het taakgebied “beperking en bestrijding van een beginnende brand” (t)

Taakgebied: ontruiming
Bedrijfshulpverleners
1. kunnen een ontruiming begeleiden (t)
2. kunnen gebruik maken van de veiligheidsmiddelen (t)
3. kennen het ontruimingsplan en het doel ervan (t)
4. kennen de vluchtroute en het gebruik ervan (t)
5. kennen de toepassingsmogelijkheden van vluchtmiddelen (t)
6. kennen hun afgebakende rol binnen het taakgebied “ontruiming” (t)

Taakgebied: communicatie
Bedrijfshulpverleners
1. kunnen op de juiste wijze een ongeval of brand melden (t)
2. kunnen bedrijfsintern communiceren (t)
3. kunnen hulpverleningsdiensten van relevante informatie voorzien (t)
4. weten wat relevante informatie is voor andere diensten (i)
5. kunnen communicatiemiddelen hanteren (t)
6. kennen hun afgebakende rol binnen het taakgebied “communicatie” (t)

Betekenis van de gedragsniveaus (Bron: brandweerexamenreglementen)
i = inzicht = kunnen noemen van consequenties en/of kunnen formuleren in eigen woorden
t = toepassen = kunnen gebruiken van standaardbegrippen, -principes, -regels, -methoden en - technieken
m1 = kunnen verrichten van motorische vaardigheden
m2 = bedreven zijn in bepaalde motorische vaardigheden

Informatie
Wanneer u vragen hebt, zijn de medewerkers van het team BHV-Friesland u graag van dienst. Zij kunnen u meer informatie geven over de verschillende opleidingen en cursussen, of u van een passend advies voorzien. Ook als het gaat om maatwerk binnen uw onderneming. Contact...



Vorige Pagina